Politiek kgt hoofdstuk 7

Als één van de grondrechten veranderen, dan vind er een grondwetswijziging plaats. De wetgever, dus de Tweede en de Eerste Kamer, gaat hierover. Zij kunnen wetten aanpassen of nieuwe wetten maken. Belangrijk om te weten is dat de rechter niet deze nieuwe wetten maakt. De rechter doet alleen uitspraak of een burger of de overheid zich niet aan de wet houdt. De rechter moet daarvoor objectief zijn. Daarom is de rechter onafhankelijk. Ze staan los van de wetgevende en de uitvoerende macht.

Opdracht 3 gaat over de politieke partij ‘BIJ1’. Onderaan de opdracht vind je een verwijzing naar deze website naar een opdracht over een andere politieke partij. Zie daarvoor de opdracht hieronder:

Verkiezingsprogramma JA21 2021-2025 (gedeeltes) Burgers moeten zich frank en vrij kunnen beroepen op de grondwettelijke vrijheden. Zo is een belangrijk verschil tussen een democratische rechtstaat en een dictatuur de vrijheid van meningsuiting. In plaats van de grenzen van het openbaar debat aan te scherpen, hoort de overheid – zowel de wetgevende als de uitvoerende als de rechterlijke macht – pal te staan voor de vrijheid van meningsuiting.  

1. Noem een belangrijke waarde van JA21.
2. Welk artikel en grondrecht past bij JA21?
3. Is JA21 een linkse of een rechtse politieke partij?  

Nederland is ontstaan uit de drang naar vrijheid, uit de behoefte van mensen om zelf keuzes te maken in het leven. Als we er niet steeds alert op zijn, dreigt ook ons land sluipend in een land te veranderen waarin de staat de burgers op elk moment van de dag volgt, stuurt en controleert.  

4. Bij welke stroming past JA21? Kies uit: liberalisme, sociaal-democratie, christendemocratie, conservatisme, ecologisch of nationalistisch. Noem daarbij 2 uitgangspunten van de stroming die je herkent bij JA21.  

Tussen de bevolking en de bestuurlijke elite ligt een kloof die om overbrugging vraagt. Werken in het bestuur van Nederland moet toegankelijk zijn voor de hele samenleving.

5. Welk knelpunt van de parlementaire democratie past bij het standpunt van JA21?


Opdracht 4 gaat over het verlagen van de kiesleeftijd naar 16 jaar. Daarvoor is een grondwetswijziging nodig. Hieronder helpen we je op weg door te laten zien welke stappen een grondwetswijziging moet worden doorlopen.

Een grondwetswijziging doorloopt 7 stappen. Het belangrijkste verschil met een ‘gewone wet’ is dat een grondwetswijziging 2 keer moet worden aangenomen:

  1. Een Tweede Kamerlid of de regering dient een voorstel in om de grondwet te wijzigen.
  2. De Tweede én de Eerste Kamer nemen dit voorstel aan.
  3. Er gebeurt nog niks. Er moeten eerst nieuwe verkiezingen worden gehouden. Na de verkiezingen gaat het stappenproces verder.
  4. Na de verkiezingen komt het voorstel opnieuw in de Tweede Kamer.
  5. De Tweede én Eerste Kamer nemen opnieuw dit voorstel aan.
  6. De koning ondertekent de nieuwe wet samen met een minister.
  7. De wet wordt gepubliceerd in het Staatsblad zodat iedereen op de hoogte Daarna geldt de wet.

Net als opdracht 4 gaat opdracht 7 over het verlagen van het stemrecht naar 16 jaar. Maar wat vind jij eigenlijk? Kijk het filmpje ‘Waarom is stemmen 18+?’.


Opdracht 10 gaat over nieuwe politieke partijen. In 2021 waren er verkiezingen voor de Tweede Kamer. Er deden nog nooit zoveel partijen mee.


Demonstreren is een grondrecht. Dat mag op allerlei manieren. Maar soms loopt het uit de hand en gaat het ten koste van de veiligheid. Bijvoorbeeld toen de regering besloot dat de kroegen nog steeds dicht moeten om 00:00 uur.

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Een bericht gedeeld door NOS Stories (@nosstories)

Artikel 23 gaat over bijzonder onderwijs. Over dit artikel wordt vaak gepraat in de politiek. Dit omdat bijzondere scholen kinderen mogen weigeren en dat sommige bijzondere scholen hun eigen lesmethodes gebruiken en die niet democratisch zijn. Maar grote kans dat jij op een bijzondere school zit. Wist je dat 70% van de leerlingen op een bijzondere school zit? Kijk hier meer over artikel 23:

Persvrijheid (onderdeel van vrijheid van meningsuiting) staat in artikel 7 van de Grondwet. Hieronder zie je de persvrijheid in de hele wereld. In de witte landen is veel persvrijheid, en in de zwarte landen is heel weinig persvrijheid. Dan word je bijvoorbeeld in de gevangenis gezet als je iets verkeerds in de media zegt. 

Politiek kgtoverzicht Hoofdstuk 8