Politiek hoofdstuk 6

Dé website voor het vak MASK

Opdracht 5 gaat over de stikstofcrisis. Meer weten over de stikstofcrisis? Kijk het hier:

In opdracht 7 kies je zelf een verzorgingsstaat om te onderzoeken. Voorbeelden van verzorgingsstaten zijn Noorwegen, Zweden en Finland.

1. Zweden: Faab vertelt bijvoorbeeld dat hij naar is Zweden verhuisd, en één van de redenen die hij daarvoor noemt heeft te maken met de verzorgingsstaat.

2. Finland: de broers Luuk en Erik bezoeken allemaal scholen over de wereld. Ze kijken hoe het onderwijs daar is. In Finland wordt veel geïnvesteerd in onderwijs en  docenten wordt goed verzorgd om te voorkomen dat ze een burn-out krijgen. Waarom? Omdat uitgeruste docenten goed zijn voor het onderwijs en leerlingen beter les kunnen geven. 

3. Noorwegen: In Noorwegen zit het wat ingewikkelder. Daar kunnen burgers gratis studeren, gratis naar de tandarts een lang ouderschapsverlof van de overheid. Maar dat wordt betaald door het oliefonds.

Wil je weten waarom de verzorgingsstaat bestaat? Bekijk hier een filmpje over de 4 functies van de verzorgingsstaat.

Opdracht 9 gaat over een motie van wantrouwen. Dan wordt een minister of staatssecretaris naar huis gestuurd door de Tweede Kamer. Baudet wilde dat de minister van Justitie en Veiligheid (Grapperhaus) moest opstappen nadat de minister zich zelf niet hield aan de coronamaatregelen die hij zelf bedacht had.

Een motie van wantrouwen is een beetje een ingewikkeld begrip. Ook wordt zo’n motie eigenlijk bijna nooit aangenomen. Hoe zit het nou precies met de motie van wantrouwen? NOS op 3 legt het uit in een filmpje.

Lees voor opdracht 10 onderstaande tekst over een wetsvoorstel. Kijk ter voorbereiding eerst dit filmpje:

In 2012 deed Tweede Kamerlid Pia Dijkstra (D66) een wetsvoorstel over het donor systeem. In Nederland was het toen zo dat je je aan kon melden als donor. Als je dat niet deed was je ook geen donor en gaf je geen organen aan iemand anders als je overlijdt. Het idee van Dijkstra was dat iedereen die 18 jaar wordt, wordt gevraagd om te kiezen of hij of zij donor wil zijn. Als iemand niks kiest krijgt hij na een poosje een herinneringsbrief. Als iemand daarna nog niks heeft gekozen, is hij of zij automatisch donor. 

Daarna werd het wetsvoorstel besproken in de Tweede Kamer. Er werden moties en amendementen ingediend tijdens het debat. Die moties gingen over dat er eerst onderzoek moest worden gedaan de techniek en de communicatie die orgaandonatie makkelijker zou maken. Naast het donorsysteem zou dat de wachtlijsten voor donororganen ook kunnen verkorten. De motie werd aangenomen. 

Tweede Kamerlid Öztürk (DENK) diende een amendement in. Hij wilde aan het wetsvoorstel toevoegen dat de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verantwoordelijk is voor de voorlichting en campagnes over orgaandonatie. Ook wilde hij dat de Tweede Kamer elke 2 jaar een verslag hierover zou krijgen. Het amendement werd niet aangenomen. Het oorspronkelijke wetsvoorstel wel: met 75 stemmen voor en 74 stemmen tegen werd het wetsvoorstel aangenomen.

Daarna ging het wetsvoorstel naar de Eerste Kamer. Daar stelde Eerste Kamerlid Baay-Timmerman de vraag hoe iemand zonder DigiD erachter komt dat hij of zij geregistreerd is als donor. Dat wilde ze ook weten voor iemand die de bevestiging van orgaandonor registratie niet kan lezen (kijk hier vanaf 13:42 om te horen hoe zij de vraag stelt). Daarna stemde de Eerste Kamer over het wetsvoorstel. Er waren 38 stemmen voor en 36 stemmen tegen en dus werd het aangenomen. 

Na het ondertekenen en publiceren van de wet over het actieve orgaandonor registratiesysteem, trad hij op 1 juli 2020 in werking. 

In opdracht 12 vorm jij een expertteam wetsvoorstel. Op deze website vindt je meer info over hoe wetten gemaakt worden: ‘van wetsvoorstel tot wet‘.

Bij opdracht 15 maak je een dominospel. Als je bent vergeten hoe het werkt, dan kun je dit bekijken in dit filmpje. Weet je dat je ook andere spellen kunt maken om makkelijk te leren? Denk bijvoorbeeld aan 30 seconds met begrippen. Schrijf op elk kaartje 5 begrippen die je in 30 seconden aan elkaar moet uitleggen. Ook kun je memorie maken. Schrijf dan op het éne kaartje van de memorie het begrip en op het andere kaartje de uitleg.

Wist je dat het in veel gemeenten verboden is om te stoepkrijten? Waarschijnlijk ken jij heel veel regels en wetten niet in Nederland. Lees hier over zes rare verboden in Nederland.

Wat weet jij over de Grondwet? Test je kennis!